1900 - 1910

De begraafplaats is eigendom van de vereniging tot inrichting en instandhouding eener begraafplaats te Wittewierum.
 
De eerste algemene ledenvergadering is gehouden op 14 december 1909, in café Doff.
Toen was er al veel voorwerk gedaan.
De goedgekeurde statuten hadden nog niet in de Staatscourant gestaan.
Notaris Koster uit Ten Boer leest de statuten voor.
Er zijn 56 leden aanwezig, alle leden tekenen een lijst om het bestuur te machtigen verder te gaan met de werkzaamheden om een begraafplaats te verkrijgen. 
De leider van de eerste vergadering is B.Kuiper. Er wordt een bestuur gekozen, D.Knol wordt
voorzitter, B.Kuiper administrateur en L.Bosker controleur.
Er wordt een commissie gevormd om het bestuur in het opstarten van de begraafplaats bij te staan.
 
Volgens het Koninklijk besluit is de Vereniging tot inrichting en instandhouding ener begraafplaats te Wittewierum opgericht op 15 mei 1909 dus al een aantal maanden eerder dan de eerste algemene ledenvergadering werd gehouden.
 
Op de bestuursvergadering van 18 december 1909 in café Schutter wordt besloten dat er bewijzen van lidmaatschap moeten worden gedrukt met daarop het genomen aantal aandelen, het moest wel een beetje stevig papier zijn. J.Lenting is de architect van de begraafplaats. De aanbesteding is op 30 december 1909De administrateur krijgt geen salaris, de rente van het kasgeld is voor hem.
 
Tijdens de ledenvergaderingen van 27, 29 en 30 december 1909 in café Koopman worden besprekingen gehouden over het bestek en de tekeningen voor de aanleg van het kerkhof compleet met gracht. Het werk gaat naar J.Kloosterhuis en J.Boekhout samen voor 555 gulden.
 
De eerste begrafenis was vermoedelijk van 2 pasgeboren kinderen van J.Havinga en vermoedelijk Aaltje Bos begraven op resp 24 dec 1910 en 31 dec 1910.
Het graf van de 4e klasse nr A2 is op 13 maart 1911 gekocht door J.Havinga voor 5 gulden.
 
Op 25 februari 1910 wordt het hek aanbesteed voor 118 gulden aan H.Smid,
 
Op 2 april 1910 is alles klaar en worden de aannemers uitbetaald.
 
Op 1 mei 1910 is de aanbesteding van de ringmuur met palen,
 
Op 15 juni 1910 worden bomen en heesters gekocht.
Aan de gemeente wordt gevraagd een stuk van het kerkhof te kopen om de armen te begraven.
Er worden 216 graven aangeboden voor 4 gulden per graf.
 
Op 3 dec 1910 blijkt dat er 5540 gulden ontvangen is en 5256 uitgegeven, er moet nog 600 gulden worden betaald dus is er een tekort. Dit wordt gedekt door een geldlening bij de boerenleenbank.
 
De begraafplaats wordt ingedeeld in 4 klassen, de graven van de eerste en tweede klasse zijn groter en er mogen grafkelders worden aangelegd. De leden kopen afhankelijk van de klasse waartoe ze willen behoren een aantal aandelen. Het aantal van de aandelen geeft hen een overeenkomstig aantal stemmen tijdens vergaderingen. De aandelen kosten 10 gulden per stuk.
 
De doodgraver krijgt voor een opgemetseld graf van de 1e en 2e klasse 3 gulden voor een niet gemetseld graf 1,50 gulden. Voor graven van de 3e en 4e klasse 1 gulden.
 
Op 12 dec 1910 is de ledenvergadering, de notulen van alle bestuursvergaderingen worden voorgelezen. Ze worden zonder op of aanmerkingen goedgekeurd. De presentielijst wordt door 47 leden getekend die tevens opgeven in welke klasse zij voorlopig willen zijn.
De heer Bosker wordt gekozen tot controleur. ER wordt voorgesteld haken aan te schaffen maar omdat touwen soms onmisbaar zijn worden beide aangeschaft.